Tips en Links

Twaalf tips voor een goede indicatie

Tip 1: Vraag tijdig hulp.
Ook als u nu al hulp krijgt waar u hoe langer hoe minder mee uit komt, vraag dan tijdig om een herindicatie. Ook als de termijn van de vorige indicatie nog niet verstreken is. Als u hulp nodig hebt, hebt u daar recht op. Bovendien kunnen er weken (soms maanden) voorbij gaan voordat u de hulp krijgt.

Tip 2: Zet vooraf op een rijtje wat uw hulpvraag is.
Loop uw dag (en nacht) na en bedenk op welk moment u hulp nodig hebt. Schrijf uw bevindingen op. Doe dit een paar dagen achter elkaar aan de hand van een schema per uur, waarop u invult wat u gedaan hebt en of dat goed ging.

Tip 3: Wees eerlijk.
Doe u niet beter voor dan u bent, maar ook niet slechter. Denk niet te snel dat het met een beetje hulp allemaal wel zal gaan. U vraagt niet voor niets hulp. Vraag daarnaast aan een familielid/partner of hij/zij denkt dat de zorg die u wil aanvragen voldoende is, u loopt dan minder risico uzelf te overschatten.

Tip 4: Probeer rustig te blijven tijdens het gesprek met de indicatiesteller
.
Stel u onafhankelijk op. Ook als die indicatiesteller u belerend gaat toespreken, wat wel eens voorkomt. Heftige emoties (zoals boosheid of tranen) doen u geen goed.

Tip 5: Vraag of iemand u wil ondersteunen tijdens het indicatiegesprek.
Deze persoon kan u helpen uw verhaal te structureren en het gesprek te onthouden zodat u achteraf weet wat er besproken is. Zorg daarnaast dat u alle informatie over de indicatiestelling bewaart in een aparte map, in geval u het later nodig hebt.

Tip 6: Hebt u een jong kind dat meer dan de gebruikelijke zorg of begeleiding nodig heeft, maak dit dan duidelijk aan de indicatiesteller.
Geef praktijkvoorbeelden, waarbij u uw eigen situatie vergelijkt met die van ouders van kinderen zonder handicap of ziekte.

Tip 7: Als u uw gehandicapte kind of partner thuis wilt gaan verzorgen.
Dan zijn er twee mogelijkheden om huishoudelijke hulp vergoed te krijgen:
(1) U vertelt bij de indicatiestelling duidelijk dat u niet aan het huishouden toekomt als u uw kind of partner thuis gaat verzorgen. In dat geval kan er namelijk wel een indicatie worden gegeven voor huishoudelijke hulp. (2) Met een PGB hebt u bestedingsvrijheid. Dat betekent dat u meteen PGB dat is toegekend op grond van een indicatie voor persoonlijke verzorging, ook iemand kunt inhuren om het huishouden te doen.

Tip 8: Partners en gezinsleden moeten voor zichzelf duidelijk maken welke hulp zij wel en niet willen bieden en waar zij grenzen trekken, bijvoorbeeld een avond voor zichzelf. Maak dit ook duidelijk aan de indicatiesteller zodat die weet wanneer u geen hulp van uw partner heeft en u dus een beroep doet op de AWBZ en/of WMO.
Mantelzorg is iets anders dan gebruikelijke zorg. Bij mantelzorg gaat het om mensen die u niet zouden hoeven helpen, maar die dat toch doen. Persoonlijke verzorging door een huisgenoot (zoals uw partner) die langer duurt dan drie maanden, wordt beschouwd als mantelzorg. Krijgt u nu mantelzorg die goed loopt, dan krijgt u geen indicatie voor zorg of begeleiding. Alleen als deze mantelzorger overbelast dreigt te raken of u niet langer wil helpen, kunt u een indicatie krijgen.

Tip 9: Vertel welke hulp u krijgt van mensen uit uw omgeving, maar overdrijf die hulp beslist niet.
Iedereen helpt wel eens een handje, maar dat is iets heel anders dan de dagelijkse verantwoordelijkheid voor uw persoonlijke verzorging of de dagelijkse begeleiding van uzelf of uw kind. Geef ook aan of u in de nabije toekomst een beroep kunt blijven doen op mantelzorg.

Tip 10: Wanneer u hulp krijgt van mensen uit uw omgeving, vraag om de hoeveelheid hulp vast te leggen in het indicatierapport.
Dit wordt ook wel een bruto en netto indicatie genoemd. Zodat inzichtelijk is wat de werkelijke zorgbehoefte is.

Tip 11: Maak duidelijk welke hulp u wel en niet wilt krijgen van mantelzorgers.
Vaak wordt ervan uitgegaan dat iedereen ook graag mantelzorg wil ontvangen, terwijl dit lang niet altijd het geval is. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat u het niet prettig vindt dat uw kinderen uw incontinentiemateriaal moeten verwisselen of u moeten wassen, of dat uw partner altijd voor u beschikbaar moet zijn.

Tip 12: Denk ook eens aan de mogelijkheid van logeeropvang.
Misschien kunnen de mantelzorgers de hulp beter volhouden als u (of uw gehandicapte kind of partner) zo nu en dan ergens anders opgevangen wordt, bij een instelling voor logeeropvang, in een pleeggezin of op een ander logeeradres met volledige verzorging en begeleiding. Ook logeeropvang kunt u zelf regelen met een persoonsgebonden budget.

Bron: per Saldo

Steunpunt Mantelzorg Asten, Truus van Otterdijk, contact
Steunpunt Mantelzorg Someren, Marianne Lenders, contact

Video's | Mantelzorg

© Onis Welzijn

Hoofdmenu